WaarMaarRaar jaargang 9 - datum laatste artikel : 31-07-2010 21:00 - aantal artikelen : 23219 hr
Binnen deze site
Home
Forum
Weblogs
· Tags
· blogs op de kaart
Beelden
F.A.Q.
WMR gadgets

Nu online        +
22 leden en
107 bezoekers.

Laatste reacties    --
WMR-kok: Aan &eac
WMR-kok: @Hart: O
ledi: @WMR-kok:
WMR-kok: De muzie
emmertje: @Barmy: Gr

Leden
Gebruikersnaam:

Wachtwoord:

Login onthouden

Meld je nu aan.
Wachtwoord vergeten.
Zoeken



RSS

© Een concept van
Media Voogel 2002-2010
Voorwaarden & huisregels

Adverteren

Tamarakes bundel

ik zou het heel fijn vinden als je zou reageren op mijn gedichten en commentaar zou willen geven mag negatief maar natuurlijk ook positief
ik zou namelijk graag willen weten of het wat is...


House quiz
Op deze site staat een quiz over welk personage van House m.d. je zou zijn.
Deze test heb ik dus net gedaan en er kwam uit:


Ik dacht echt WTF...
Maar toen kwam ik er achter dat Thirteen sowieso geen optie was en eigenlijk is het qua vriendelijkheid best een compliment.. Alleen zou het leuker zijn geweest als ik het meest op House zelf geleken had

Wie zijn jullie???
Tamarake - Reacties: 9 - 22-07-10 19:21:50 - Budel - Kliks: 106


Raadsel antwoord
Sakia schreef:Volgens mij is dit gewoon een dom grapje en trapt iedereen er al vier pagina's in:mrgreen:


(Het was dus maar een hele flauwe grap ZONDER antwoord!!)

sorry voor het verprutsen van jullie tijd!!
Tamarake - Reacties: 2 - 16-07-10 18:55:03 - Budel - Kliks: 48

Raadsel
Heej,

Ik ben nu al zo'n drie kwartier aan het kijken naar een plaatje en een zin. Dit is een raadsel. Maar ik kom echt helemaal niet op het antwoord!
ZO frustrerend!
Misschien dat iemand van jullie het antwoord weten, als je zin hebt in ieder geval. Ik weet ook niet of het antwoord heel flauw is, of dat het echt een vraag is waarover je moet nadenken...

Nou, dit is het raadsel:

De raaf ziet 7 als de koe 3 slaat.

Wat is het?
Tamarake - Reacties: 28 - 15-07-10 18:12:57 - Budel - Kliks: 448

Rapport

Heejj,

Officieel krijg ik mijn rapport donderdag pas, maar doordat onze school alle cijfers altijd op internet zet weet ik al welke cijfers ik heb
Heel slecht is het niet, maar vorig jaar was het toch een beetje beter. Voor het rapport van vorig jaar verwijs ik je door naar mijn PP, maar het rapport van dit jaar komt hier beneden.
Nou hier komt die dan.... *tromgeroffel*

Duits: 7.6
Engels: 8.3
Frans: 8.7
Grieks: 9.1
Latijn: 8.8
Wiskunde:8.4
Gym: 7.1
*Vita: 8.3
*Gamma: 7.8

*Toelichting:
Vita: Biologie, scheikunde, natuurkunde, verzorging en techniek.
Gamma: Geschiedenis, aardrijkskunde, economie en levensbeschouwing.


Verder krijg ik nog een schooladvies van de mentor. Deze zegt, ja dat weet ik nu al, dat ik over mag naar 3gymnasium. Dit ga ik ook zeker doen.
En als laatste blaadje krijg ik nog een, positieve, opmerking over het hoogbegaafd-traject. Ik heb de laatste twee, drie maanden namelijk een begin gemaakt aan Noors. Hiervoor heb ik een werkstuk gemaakt dat ik morgen moet gaan presenteren. Verder is het de bedoeling dat ik straks de taal kan lezen en schrijven, en misschien ook spreken.
Voor dit project heb ik eens gezocht en heb zelfs een paar mensen uit Noorwegen gevonden. Hiervan reageerde er een terug en daar krijg ik nu kleine lesjes van en praten we via MSN. Nu natuurlijk nog veel in het Engels, maar dit moet geleidelijk aan overlopen in het Noors

Ik denk dat dit wel even uitgebreid genoeg was.

ps. Door de proefwerkweek heb ik niet meer zoveel tijd gehad voor mijn verhaal over Zandra. Ik ben nu halverwege hoofdstuk vijf. Maar deze vakantie zou ik weer meer tijd moeten hebben. Ik hoop dat het vervolg hier snel geplaatst kan worden.

pps. Kan iemand misschien vertellen of de vertaling enigszins juist is bij mijn vorige blogpost?
Tamarake - Reacties: 3 - 12-07-10 12:01:08 - Budel - Kliks: 66

Gedicht, Nederlands/Engels
Help me!
riep ze tegen niemand
in het bijzonder ik
ze wist het niet maar
ik hoorde haar
liet haar niet alleen
wilde helpen
echt
naar haar toe ging ik
pakte haar vast maar
terug deinsde ze
ga weg! werd
geroepen maar ik
hoorde het niet of
wilde het niet horen
ik zal je helpen zei
ik in plaats van
te gaan
ik keek haar aan
en zag haar ze
was bekend ik
kende haar
dacht ik
zij keek naar mij
en werd bang maar
herkende ook mij
wij, zij en ik, we
zijn een hetzelfde maar
toch een ander
eindelijk hebben we elkaar
gevonden zielsverwanten zijn we
minnaars en beste vrienden
anderen verafschuwen ons
vinden ons onnatuurlijk of
zijn jaloers maar
wij hebben wat zij niet
hebben door angst
verlegenheid of anderen
zijn ze opgesloten
in de sleur en doen
ze zich voor als wat
ze niet zijn zijn ze
niet zichzelf maar wij
wij staan daarboven
zijn onszelf en
zijn gelukkig iets wat
zij niet kunnen
zijn


Help me!
she cried to no one
especially I
she didn't know but
I did hear her
didn't let her alone
wanted to help
really
to her I went
held her but
she recoiled
go away! was
called but I
didn't hear it or
wouldn't hear it
I'll help you I
said instead of
leaving
I looked after her
and saw her she
was familiar I
knew her I thought
she looked at me and got scared but
recognized me as well
we, she and I, we are
one the same but
still someone else
finally have we found
each other soul mates are we
lovers and best friends
others abhor us
find us unnaturally or
are jealous but
we have what they don't
have by fear
shyness or others
are they locked up
in the rut and present
themselves as what
they are not they are
not themselves but we
we stand above them
are ourselves and
are happy something which
they couldn't
be

(als iemand een titel kan/wil bedenken, ik kan er geen verzinnen... )

Tamarake - Reacties: 2 - 16-06-10 17:55:34 - Budel - Kliks: 66

Het Plan, herschreven
IV
Het plan



Het was elf uur en ik lag in bed. Vanmiddag, toen ik thuis kwam, moest ik meteen weer gaan koken. Tot mijn opluchting vroeg moeder niet waarom ik van rechts kwam, in plaats van links. Ik was namelijk helemaal vergeten dat ik gezegd had dat ik naar Agathe zou zijn gegaan.
Het koken leidde mijn gedachten even af van de afgelopen middag met Hermonia, maar onder het eten kwam alles weer terug. Morgen zou alles in werking gezet worden. Ik was zo zenuwachtig dat ik bijna niets door mijn keel kreeg. Doran was echter de enige die dit doorhad. Vader had vandaag immers een grote opdracht gekregen, die veel op ging leveren. Niemand had daardoor aandacht voor mij. Totdat moeder wilde gaan afruimen en ik nog een halfvol bord had.
‘Zandra, moet je niet eten?’
‘Nee, moeder. Ik heb bij Agathe al veel te eten gekregen en heb nu geen honger meer.’, loog ik.
Moeder zei dat ik niet meer zoveel moest snoepen, maar stelde verder geen vragen meer.
Samen met Zeta en moeder waste ik af en ging daarna meteen naar bed. En hier lig ik nu. En ik weet zeker dat ik de hele nacht niet zal kunnen slapen van de spanning…

‘Zandra!’, siste moeder, ‘Opstaan! Het is al half vijf!’
Ik was dus toch in slaap gevallen! En heb me nog verslapen ook! O nee, hè! Nu moet ik echt gaan haasten! Ik heb gisteren mijn spullen nog niet gepakt, want ik dacht dat ik dat voor 4 uur nog even snel kon doen. Nou, heb ik me even vergist!
‘Sorry, moeder…’, geeuwde ik. Vlug stond ik op, trok mijn makkelijkste kleren aan en volgde moeder naar beneden. Zeta was al druk bezig met de voorbereidingen van het ontbijt. Ook moeder en ik begonnen.
Even later kwamen vader en mijn broers binnen en konden we beginnen met ontbijten. Ik at veel en verstopte stiekem ook nog twee sneetjes onder mijn rokken voor onderweg straks. Straks… Zo dadelijk was het zo ver! Ik kon niet wachten, maar wilde toch ook niet gaan. Ik kon Doran toch niet missen. En de rest toch ook niet! Stop! Niet piekeren! Je maakt de goede keuze, je wilt toch niet de hele rest van je leven opgescheept zitten met die Simeon!
Ik werd weer wat rustiger voordat ik opstond om af te gaan wassen. Na de afwas ging ik mijn kleren wassen. Gelukkig scheen de zon al volop, zodat alles snel droog was en ik het in een doek kon wikkelen om het mee te kunnen nemen.

Plotseling werd er op de deur geklopt. Ik wist niet hoe snel ik alles moest verstoppen, voordat ik “binnen” riep.
‘Ehe… Zandra, wat ga je doen?’, vroeg Doran, Je doet zo raar.’
Gelukkig het was Doran maar.
‘Doe ik raar?’ Zou ik hem het hele plan kunnen vertellen? Ik wist het niet! Misschien… Maar dan moest dat nu!
‘Sorry, maar… ehe…’
‘Je loopt weg!’, onderbrak hij me abrupt.
‘H-hoe weet jij dat?’
‘Ik zag je naar Hermonia gaan gisteren. En het eerste waaraan ik moest denken was ons gesprek van eergisteravond.’
‘Ja, Doran. Ik heb me bedacht sindsdien. Ik loop weg.’ Het laatste fluisterde ik bijna, omdat ik bang was dat iemand het horen zou.
Het bleef een tijdje stil, totdat Doran plots vroeg of hij mee mocht!
‘Wat! Doran… Nee, ja, ik weet het niet.’ Ik was té erg geschokt om een goed antwoord te bedenken.
‘Alsjeblief, Zandra. Ik zal doen wat je zegt. Ik wil hier niet blijven, zonder jou! Dan heb ik helemaal niemand meer!’
‘Ach Doran. Moeder en vader zullen je missen. Net zoals Nestos, Adelphos en Zeta!’
‘Maar zij zullen jou ook missen, zus!’
Soms vergat ik even dat Doran nog maar zeven was, zoals hij sprak. Maar hij had gelijk, ze zullen me missen. Net zoals ik hen zal missen. Ik gaf het op. Discussiëren met Doran was een onmogelijke opgave.
Intussen was ik weer verdergegaan met inpakken en was al bijna klaar. Toen ik als laatste een deken inpakte, zuchtte ik. ‘Oké, Doran. Je mag mee. Maar Hermonia zou om drie uur bij mijn raam staan, dus je moet opschieten met inpakken.’
‘Oké! Dank je, Zandra!’, zei hij en hij rende naar zijn kamer.
Ik liep achter hem aan en klopte op de deur. ‘Binnen’, hoorde ik Doran roepen. Zachtjes kwam ik de kamer in. Doran was al volop aan het pakken. Hij had al zijn kleren op een hoop op een doek gegooid en probeerde alles nu dicht te knopen. Natuurlijk lukte dit niet en al snel gaf hij het op. ‘Help je even?’ Ik grinnikte, maar begon zijn kleren wel op te vouwen. Doran deed ook al vlug mee, zodat het heel snel ging. We waren net klaar toen moeder plotseling binnenkwam. ‘We gaan e…’, begon ze, ‘Hè? Waar zijn jullie mee bezig?’
‘O, ehe, ik wilde mijn kleren een beetje opruimen en heb Zandra om hulp gevraagd.’, loog Doran. Moeder geloofde dit, zei nog een keer dat we gingen eten en liep naar beneden. Doran en ik volgde haar.

Na de lunch zeiden we dat we Dorans kleding verder gingen opruimen en liepen meteen naar zijn kamer. Eenmaal daar vroeg hij of ik het hele plan eens wilde vertellen. Veel keus had ik niet, hij ging immers mee en had het recht het te weten.
‘Nou, gisteren hebben Hermonia en ik alles precies besproken.’, begon ik, ‘En samengevat komt het op het volgende neer: vanmiddag om drie uur staat Hermonia dus voor het raam bij mijn slaapkamer om ons met de spullen te helpen. Voor die tijd moeten we dus alles ingepakt hebben. Dat houdt in kleding, eten, drinken en wat spullen die je echt niet kan missen. Dan proberen we ongemerkt naar Hermonia’s huis te gaan om haar spullen op te halen. Vanaf daar gaan we naar de Cephisus Rivier…’
Plotseling onderbrak Doran me. ‘Maar hoe komen we dan bij de rivier? Dan moeten we toch gewoon over straat en dan ziet iedereen ons! Misschien moeder wel!’
‘Ja daar heb je gelijk ik, Doran. Maar daar hebben we ook aan gedacht. We gaan eerst achter de huizen langs, zodat we niet te zien zijn vanaf ons huis. Daarna gaan we een drukke straat op en gaan we op in de menigte.’
‘O, oké.’
‘ En zo lopen we de stad uit.’, vervolgde ik, ‘Hermonia zei namelijk dat we gemakkelijk door de poorten konden. Vanaf daar gaan we door de bossen naar de rivier. Daar overnachten we dan.’
‘Maar wat eten we dan? Ik heb net dan wel een paar sneetjes brood meegesmokkeld, maar dat is niet genoeg voor drie personen.’
‘We zouden vis kunnen vangen, maar ik heb ook een paar sneetjes meegenomen voor het geval dat. En Hermonia kan ook wat te eten meenemen. Niemand die het daar mist!’
‘O ja! Dat ik daar niet aan gedacht heb! Ik dacht dat we nu allemaal eten moesten verzamelen en moesten gaan jagen.’
Ik lachte even, maar vond het niet zo grappig. Hij kon misschien wel een gelijk krijgen. Stel nou dat we niet verder kwamen dan de wildernis! Athene konden we nooit meer in, vader en moeder zullen ons zoeken. En ons meegesmokkelde voedsel was ook ooit op!
Ik bande al de negatieve gedachten uit mijn hoofd. Hier mocht ik nu niet aan denken. Het gaat ons gewoon lukken!
‘Zullen we naar jouw slaapkamer gaan en dan kun je daar verder vertellen. Het is al bijna drie uur namelijk.’, stelde Doran voor. Ik vond het een goed plan en zodoende gingen we naar mijn kamer.

Ik pakte Dorans spullen en ben snel naar mijn kamer geslopen. Om geen argwaan te trekken, volgde Doran na een paar minuten pas. Voor het oog nam hij ook nog een himation mee.
‘Vertel verder, Zandra’, zei hij zodra hij op mijn bed zat.
Ik ging tegenover hem op de grond zitten en ging verder.
‘Vannacht overnachten we dus bij de rivier. En lopen we morgen verder. We blijven langs de rivier trekken, dan hebben we altijd genoeg te drinken. Via de rivier lopen we dan van dorp naar dorp, van stad naar stad, om daar eten te kunnen kopen, tijdelijk te werken, eens fijn te overnachten en het allerbelangrijkste…’
‘Pssst! Zandra, komen!’, klonk Hermonia’s stem van buiten.
Snel liep ik naar het raam en gooide mijn spullen naar buiten. Daarna hielp ik Doran naar buiten te gaan en als laatste volgde ik.
‘Ja, sorry. Doran wilde per se mee en ik denk dat het wel een goed idee was. Ik kan echt niet zonder hem.’, legde ik Dorans aanwezigheid uit.
‘Maar het plan dan?’
‘Dat is geen probleem, denk ik.’
‘Welk plan?’, vroeg Doran tussendoor.
‘Laten we eerst naar Hermonia’s huis gaan. Daar vertel ik het. Anders komt moeder dadelijk plots kijken wat we aan het doen zijn. Dan zijn we ontdekt en komen we nooit meer weg!’
Zowel Doran als Hermonia stemde met het plan in. En we slopen naar de achterdeur van Hermonia’s huis. Eenmaal binnen gingen we naar haar slaapkamer, waar haar spullen nog lagen. Ik ging op bed zitten, terwijl Hermonia de laatste spullen nog inpakte. Doran ging tegenover mij op de grond zitten. ‘Vertel verder!’, eiste hij.
‘Nou, als we dan van dorp naar dorp, van stad naar stad, trekken werken we daar even. Kopen wat voedsel en kunnen we wat fijner slapen dan naast de rivier, maar we gaan met een ander doel. Een hoger doel!’
‘Vertel nou! Ik wil het weten!’
‘Ja, ja, rustig!’, lachte ik, ‘Ik weet niet goed hoe ik dit goed kan uitleggen…’
‘Vertel het gewoon op dezelfde manier als gisteren.’, stelde Hermonia voor.
‘Ja, maar snapt Doran het dan?’, zei ik, waarop Doran heftig begon te knikken.
‘Oké.’, begon ik, ‘In de stad, of het dorp, gaan we praten. Praten met meisjes, om er zo achter te komen of ze gelukkig zijn. Blijkt het dat het niet zo is, dan proberen we haar er van te overtuigen om met ons mee te gaan. Zo gaan we een soort… ehe… groepering op touw zetten die opkomt voor de rechten van de vrouw! Zodat ook meisjes mogen doen wat ze willen, dat zij niet uitgehuwelijkt worden, maar zelf een man mogen kiezen! Dat ze gelijk zijn aan de man!’
‘Maar we blijven wel aardig natuurlijk. We verlagen ons niet tot het niveau van de gemiddelde man met al dag geweld.’, onderbrak Hermonia me.
‘Nee, natuurlijk niet!’, riep ik. Hierna keek ik naar Doran, om te kijken wat hij ervan vond.
‘Wow! En dit heb jij bedacht! Echt te gek. Ik doe mee!’, zei deze enthousiast.
‘Dat is dan afgesproken, maar we moeten nu echt opschieten, het is immers al weer vier uur. En we moeten Hermonia’s spullen nog pakken en misschien wat te eten halen.’
‘Misschien is het slimmer om alles nog even uit te stellen, Zandra.’, zei Hermonia, ‘Ja sorry, maar het is vier uur en het is ver tot de rivier. Het is denk ik slimmer als we vannacht hier blijven slapen en dan morgenvroeg vertrekken. Dan kan ik straks nog even vlug wat boodschappen doen, om mee te nemen. En dan kunnen we vast aan elkaar wennen, voordat we weken – of maanden – op elkaars lip zitten.’
Hier dacht ik even over na. Ik wilde zo snel mogelijk weg, maar het is onmogelijk voor het donker bij de rivier te komen. En na zonsondergang is het te gevaarlijk om door het bos te lopen. Bovendien kreeg ik al een beetje honger. En nog een dag lekker eten is ook geen slecht voorstel. ‘Oké, ik vind het goed. Maar Doran en ik moeten binnen blijven, uit de buurt van de ramen. Ook mogen we de deur natuurlijk niet openen als er iemand voor staat. Anders ontdekken vader en moeder ons en zitten we hier vast.’ Doran was het er ook mee eens. En we bleven dus nog een nachtje bij Hermonia.
Om zeven uur gingen we met zijn allen al naar bed toe. We zouden morgen immers al vroeg vertrekken. Niet dat ik kon slapen, trouwens. Ik lag nog heel lang te piekeren. Zou het wel lukken?
Doran leek er meer vertrouwen in te hebben. Hij viel meteen als een blok in slaap. En had een lichte glimlach. Ook Hermonia sliep al snel. Zij was echter even ongerust als mij, denk ik. Ze lag de hele tijd te draaien en leek steeds te willen schreeuwen.
Stilletjes stond ik op en sloop naar haar toe. Even zat ik te kijken, voordat ik rustig over haar wang streelde. Langzamerhand werd haar gezichtuitdrukking rustiger. Ik kon zelfs een vage glimlach ontdekken! Ook ik was gerustgesteld. Als Doran en Hermonia er vertrouwen in hadden, kon er toch niets meer misgaan?
Ik ging weer in mijn eigen bedje liggen en het duurde ook niet lang meer voor ik sliep.

Tamarake - Reacties: 1 - 08-06-10 16:52:44 - Budel - Kliks: 71

Sorry
Heej, sorry maar het verhaal stopt (helaas) voor even.. Ik ben namelijk nog maar op de eerste bladzijde van hoofdstuk 5... Wanneer het weer verder gaat zul je nog wel zien
Tamarake - Reacties: 1 - 19-05-10 16:54:47 - Budel - Kliks: 82

Het Plan
IV
Het plan



Het was elf uur en ik lag in bed. Vanmiddag, toen ik thuis kwam, moest ik meteen weer gaan koken. Tot mijn opluchting vroeg moeder niet waarom ik van rechts kwam, in plaats van links. Ik was namelijk helemaal vergeten dat ik gezegd had dat ik naar Agathe zou zijn gegaan.
Het koken leidde mijn gedachten even af van de afgelopen middag met Hermonia, maar onder het eten kwam alles weer terug. Morgen zou alles in werking gezet worden. Ik was zo zenuwachtig dat ik bijna niets door mijn keel kreeg. Doran was echter de enige die dit doorhad. Vader had vandaag immers een grote opdracht gekregen, die veel op ging leveren. Niemand had daardoor aandacht voor mij. Totdat moeder wilde gaan afruimen en ik nog een halfvol bord had.
‘Zandra, moet je niet eten?’
‘Nee, moeder. Ik heb bij Agathe al veel te eten gekregen en heb nu geen honger meer.’, loog ik.
Moeder zei dat ik niet meer zoveel moest snoepen, maar stelde verder geen vragen meer.
Samen met Zeta en moeder waste ik af en ging daarna meteen naar bed. En hier lig ik nu. En ik weet zeker dat ik de hele nacht niet zal kunnen slapen van de spanning…

‘Zandra!’, siste moeder, ‘Opstaan! Het is al half vijf!’
Ik was dus toch in slaap gevallen! En heb me nog verslapen ook! O nee, hè! Nu moet ik echt gaan haasten! Ik heb gisteren mijn spullen nog niet gepakt, want ik dacht dat ik dat voor 4 uur nog even snel kon doen. Nou, heb ik me even vergist!
‘Sorry, moeder…’, geeuwde ik. Vlug stond ik op, trok mijn makkelijkste kleren aan en volgde moeder naar beneden. Zeta was al druk bezig met de voorbereidingen van het ontbijt. Ook moeder en ik begonnen.
Even later kwamen vader en mijn broers binnen en konden we beginnen met ontbijten. Ik at veel en verstopte stiekem ook nog twee sneetjes onder mijn rokken voor onderweg straks. Straks… Zo dadelijk was het zo ver! Ik kon niet wachten, maar wilde toch ook niet gaan. Ik kon Doran toch niet missen. En de rest toch ook niet! Stop! Niet piekeren! Je maakt de goede keuze, je wilt toch niet de hele rest van je leven opgescheept zitten met die Simeon!
Ik werd weer wat rustiger voordat ik opstond om af te gaan wassen. Na de afwas ging ik mijn kleren wassen. Gelukkig scheen de zon al volop, zodat alles snel droog was en ik het in een doek kon wikkelen om het mee te kunnen nemen.

Plotseling werd er op de deur geklopt. Ik wist niet hoe snel ik alles moest verstoppen, voordat ik “binnen” riep.
‘Ehe… Zandra, wat ga je doen?’, vroeg Doran, Je doet zo raar.’
Gelukkig het was Doran maar.
‘Doe ik raar?’ Zou ik hem het hele plan kunnen vertellen? Ik wist het niet! Misschien… Maar dan moest dat nu!
‘Sorry, maar… ehe…’
‘Je loopt weg!’, onderbrak hij me abrupt.
‘H-hoe weet jij dat?’
‘Ik zag je naar Hermonia gaan gisteren. En het eerste waaraan ik moest denken was ons gesprek van eergisteravond.’
‘Ja, Doran. Ik heb me bedacht sindsdien. Ik loop weg.’ Het laatste fluisterde ik bijna, omdat ik bang was dat iemand het horen zou.
Het bleef een tijdje stil, totdat Doran plots vroeg of hij mee mocht!
‘Wat! Doran… Nee, ja, ik weet het niet.’ Ik was té erg geschokt om een goed antwoord te bedenken.
‘Alsjeblief, Zandra. Ik zal doen wat je zegt. Ik wil hier niet blijven, zonder jou! Dan heb ik helemaal niemand meer!’
‘Ach Doran. Moeder en vader zullen je missen. Net zoals Nestos, Adelphos en Zeta!’
‘Maar zij zullen jou ook missen, zus!’
Soms vergat ik even dat Doran nog maar zeven was, zoals hij sprak. Maar hij had gelijk, ze zullen me missen. Net zoals ik hen zal missen. Ik gaf het op. Discussiëren met Doran was een onmogelijke opgave.
Intussen was ik weer verdergegaan met inpakken en was al bijna klaar. Toen ik als laatste een deken inpakte, zuchtte ik. ‘Oké, Doran. Je mag mee. Maar Hermonia zou om drie uur bij mijn raam staan, dus je moet opschieten met inpakken.’
‘Oké! Dank je, Zandra!’, zei hij en hij rende naar zijn kamer.
Ik liep achter hem aan en klopte op de deur. ‘Binnen’, hoorde ik Doran roepen. Zachtjes kwam ik de kamer in. Doran was al volop aan het pakken. Hij had al zijn kleren op een hoop op een doek gegooid en probeerde alles nu dicht te knopen. Natuurlijk lukte dit niet en al snel gaf hij het op. ‘Help je even?’ Ik grinnikte, maar begon zijn kleren wel op te vouwen. Doran deed ook al vlug mee, zodat het heel snel ging. We waren net klaar toen moeder plotseling binnenkwam. ‘We gaan e…’, begon ze, ‘Hè? Waar zijn jullie mee bezig?’
‘O, ehe, ik wilde mijn kleren een beetje opruimen en heb Zandra om hulp gevraagd.’, loog Doran. Moeder geloofde dit, zei nog een keer dat we gingen eten en liep naar beneden. Doran en ik volgde haar.

Na de lunch zeiden we dat we Dorans kleding verder gingen opruimen en liepen meteen naar zijn kamer. Eenmaal daar vroeg hij of ik het hele plan eens wilde vertellen. Veel keus had ik niet, hij ging immers mee en had het recht het te weten.
‘Nou, gisteren hebben Hermonia en ik alles precies besproken.’, begon ik, ‘En samengevat komt het op het volgende neer: vanmiddag om drie uur staat Hermonia dus voor het raam bij mijn slaapkamer om ons met de spullen te helpen. Voor die tijd moeten we dus alles ingepakt hebben. Dat houdt in kleding, eten, drinken en wat spullen die je echt niet kan missen. Dan proberen we ongemerkt naar Hermonia’s huis te gaan om haar spullen op te halen. Vanaf daar gaan we naar de Cephisus Rivier…’
Plotseling onderbrak Doran me. ‘Maar hoe komen we dan bij de rivier? Dan moeten we toch gewoon over straat en dan ziet iedereen ons! Misschien moeder wel!’
‘Ja daar heb je gelijk ik, Doran. Maar daar hebben we ook aan gedacht. We gaan eerst achter de huizen langs, zodat we niet te zien zijn vanaf ons huis. Daarna gaan we een drukke straat op en gaan we op in de menigte.’
‘O, oké.’
‘ En zo lopen we de stad uit.’, vervolgde ik, ‘Hermonia zei namelijk dat we gemakkelijk door de poorten konden. Vanaf daar gaan we door de bossen naar de rivier. Daar overnachten we dan.’
‘Maar wat eten we dan? Ik heb net dan wel een paar sneetjes brood meegesmokkeld, maar dat is niet genoeg voor drie personen.’
‘We zouden vis kunnen vangen, maar ik heb ook een paar sneetjes meegenomen voor het geval dat. En Hermonia kan ook wat te eten meenemen. Niemand die het daar mist!’
‘O ja! Dat ik daar niet aan gedacht heb! Ik dacht dat we nu allemaal eten moesten verzamelen en moesten gaan jagen.’
Ik lachte even, maar vond het niet zo grappig. Hij kon misschien wel een gelijk krijgen. Stel nou dat we niet verder kwamen dan de wildernis! Athene konden we nooit meer in, vader en moeder zullen ons zoeken. En ons meegesmokkelde voedsel was ook ooit op!
Ik bande al de negatieve gedachten uit mijn hoofd. Hier mocht ik nu niet aan denken. Het gaat ons gewoon lukken!
‘Zullen we naar jouw slaapkamer gaan en dan kun je daar verder vertellen. Het is al bijna drie uur namelijk.’, stelde Doran voor. Ik vond het een goed plan en zodoende gingen we naar mijn kamer.

Ik pakte Dorans spullen en ben snel naar mijn kamer geslopen. Om geen argwaan te trekken, volgde Doran na een paar minuten pas. Voor het oog nam hij ook nog een himation mee.
‘Vertel verder, Zandra’, zei hij zodra hij op mijn bed zat.
Ik ging tegenover hem op de grond zitten en ging verder.
‘Vannacht overnachten we dus bij de rivier. En lopen we morgen verder. We blijven langs de rivier trekken, dan hebben we altijd genoeg te drinken. Via de rivier lopen we dan van dorp naar dorp, van stad naar stad, om daar eten te kunnen kopen, tijdelijk te werken, eens fijn te overnachten en het allerbelangrijkste…’
‘Pssst! Zandra, komen!’, klonk Hermonia’s stem van buiten.
Snel liep ik naar het raam en gooide mijn spullen naar buiten. Daarna hielp ik Doran naar buiten te gaan en als laatste volgde ik.
‘Ja, sorry. Doran wilde per se mee en ik denk dat het wel een goed idee was. Ik kan echt niet zonder hem.’, legde ik Dorans aanwezigheid uit.
‘Maar het plan dan?’
‘Dat is geen probleem, denk ik.’
‘Welk plan?’, vroeg Doran tussendoor.
‘Laten we eerst naar Hermonia’s huis gaan. Daar vertel ik het. Anders komt moeder dadelijk plots kijken wat we aan het doen zijn. Dan zijn we ontdekt en komen we nooit meer weg!’
Zowel Doran als Hermonia stemde met het plan in. En we slopen naar de achterdeur van Hermonia’s huis. Eenmaal binnen gingen we naar haar slaapkamer, waar haar spullen nog lagen. Ik ging op bed zitten, terwijl Hermonia de laatste spullen nog inpakte. Doran ging tegenover mij op de grond zitten. ‘Vertel verder!’, eiste hij.
‘Nou, als we dan van dorp naar dorp, van stad naar stad, trekken werken we daar even. Kopen wat voedsel en kunnen we wat fijner slapen dan naast de rivier, maar we gaan met een ander doel. Een hoger doel!’
‘Vertel nou! Ik wil het weten!’
‘Ja, ja, rustig!’, lachte ik, ‘Ik weet niet goed hoe ik dit goed kan uitleggen…’
‘Vertel het gewoon op dezelfde manier als gisteren.’, stelde Hermonia voor.
‘Ja, maar snapt Doran het dan?’, zei ik, waarop Doran heftig begon te knikken.
‘Oké.’, begon ik, ‘In de stad, of het dorp, gaan we praten. Praten met meisjes, om er zo achter te komen of ze gelukkig zijn. Blijkt het dat het niet zo is, dan proberen we haar er van te overtuigen om met ons mee te gaan. Zo gaan we een soort… ehe… groepering op touw zetten die opkomt voor de rechten van de vrouw! Zodat ook meisjes mogen doen wat ze willen, dat zij niet uitgehuwelijkt worden, maar zelf een man mogen kiezen! Dat ze gelijk zijn aan de man!’
‘Maar we blijven wel aardig natuurlijk. We verlagen ons niet tot het niveau van de gemiddelde man met al dag geweld.’, onderbrak Hermonia me.
‘Nee, natuurlijk niet!’, riep ik. Hierna keek ik naar Doran, om te kijken wat hij ervan vond.
‘Wow! En dit heb jij bedacht! Echt te gek. Ik doe mee!’, zei deze enthousiast.
‘Dat is dan afgesproken, maar we moeten nu echt opschieten, het is immers al weer vier uur. En we moeten Hermonia’s spullen nog pakken en misschien wat te eten halen.’
‘Misschien is het slimmer om alles nog even uit te stellen, Zandra.’, zei Hermonia, ‘Ja sorry, maar het is vier uur en het is ver tot de rivier. Het is denk ik slimmer als we vannacht hier blijven slapen en dan morgenvroeg vertrekken. Dan kan ik straks nog even vlug wat boodschappen doen, om mee te nemen. En dan kunnen we vast aan elkaar wennen, voordat we weken – of maanden – op elkaars lip zitten.’
Hier dacht ik even over na. Ik wilde zo snel mogelijk weg, maar het is onmogelijk voor het donker bij de rivier te komen. En na zonsondergang is het te gevaarlijk om door het bos te lopen. Bovendien kreeg ik al een beetje honger. En nog een dag lekker eten is ook geen slecht voorstel. ‘Oké, ik vind het goed. Maar Doran en ik moeten binnen blijven, uit de buurt van de ramen. Ook mogen we de deur natuurlijk niet openen als er iemand voor staat. Anders ontdekken vader en moeder ons en zitten we hier vast.’ Doran was het er ook mee eens. En we bleven dus nog een nachtje bij Hermonia.

Tamarake - Reacties: 1 - 19-05-10 14:08:32 - Budel - Kliks: 88

Hermonia
III
Hermonia



We renden terug naar het huis van de leerlooier, waar moeder ons riep. Daar namen we afscheid van de familie. Dit gebeurde op dezelfde manier als de aankomst. Met twee zoenen op de wang, en vader kreeg er weer drie. Het enige verschil was nu dat Simeon, bij wijze van dreigement, zijn arm om Erasmus’ schouder legde, nadat hij mij een kus gegeven had. Dit viel echter alleen mij op. In ieder geval dat dacht ik.
Het tegendeel werd bewezen toen Doran me veel betekenend aankeek.

De terugweg verliep een stuk rustiger dan de heenweg. Zeta was de enige die sprak. En daar maakte ze dankbaar gebruik van. Ze kletste me de oren van mijn hoofd!
‘Zandra, wat vind je van Simeon? Ik vind het een schat!’, ‘Ik hoop dat ik later net zo’n leuke man krijg als jou, Zandra!’
En het ging maar door, en door, en door.
Ik stond op het punt te roepen dat ze haar mond dicht moest houden, maar mijn vader had zijn geduld ook al verloren.
‘Hou je mond, Zeta! Zo is het genoeg! Ik word gek van je. Als je niet ophoudt krijg je geeneens een echtgenoot en word je net zoals de buurvrouw!’
Dit was heel gemeen, want de buurvrouw was een verbitterde oude vrouw. Ons werd als kind wijsgemaakt dat dit kwam doordat ze geen echtgenoot had. Maar ik denk dat het komt doordat iedereen haar ontloopt. Ik zou namelijk ook verbitteren als ik geen vrienden had, denk ik.
Zeta was echter heel geschokt.
‘W-w-wat? Geen man? Net zo worden als Hermonia! Nee alstublieft niet! Dat kunt U mij niet aandoen, vader!’, huilde ze.
‘Hou dan je mond en luister naar me!’, bulderde vader.
‘Doe alsjeblief rustig, Leonidas, schat. Ik zorg er wel voor dat ze niet meer zoveel, en zo luid, praat.’, zei moeder bezorgt. Waarna ze zich tot Zeta wende en zei:
‘Kind, doe maar rustig. Je krijgt heus een man! Een hele leuke zelfs. Maar dan moet je nu wel ophouden met huilen.’
‘Krijg ik dan een man die zelfs nog leuker is dan Simeon?’
‘Misschien wel.’
‘Moeder, gaan we dan nu naar binnen?’, onderbrak Adelphos het gesprek.
‘O, ja, natuurlijk. Sorry voor het oponthoud jongen.’

Een maal binnen ging ik meteen naar bed, maar van slapen kwam helaas niet veel. Ik moest de hele tijd denken aan wat er vandaag gebeurd was. Maar ik verbaasde me er over waar ik het langst over lag te piekeren. Want ik dacht niet veel aan wat er was gebeurd in Simeons kamer, maar aan wat vader en Zeta zeiden over Hermonia!
Hermonia… een heks… of een ongelukkige vrouw. Mijn kindertijd lang dacht ik dat ze een heks was, maar is dat ook zo? Is ze niet gewoon een eenzame vrouw? Een vrouw die behandeld wil worden als een normaal persoon?
Ik had een idee! Ik ga morgen naar haar toe! Ik ga morgen middag! Als mijn vader in de werkplaats is en me niet kan zien. Nee, hij mag me absoluut niet zien. Morgen ga ik! Ja, morgen! Met deze gedachten viel ik in slaap.

De volgende ochtend was ik al om drie uur wakker. Ik ging niet uit bed, maar dacht mijn plan om naar Hermonia te gaan verder uit.
Toen mijn moeder me om vier uur kwam wekken, had ik alles al tot in de details uitgedacht.
‘Zandra, al wakker?’
‘Ja moeder, ik kom er aan!’
Moeder ging Zeta wekken en ik kleedde me aan. Vandaag trok ik de mooiste werkjurk aan. Want ik moest werken, maar moest er toch netjes uitzien als ik naar Hermonia zou gaan. Mijn haar liet ik los hangen, maar de klitten haalde ik er wel uit met mijn vingers. Ook deed ik mijn mocassins aan.
Beneden was moeder de ingrediënten voor het brood al klaar aan het leggen. Ik verwarmde het water en strooide daar het gist overheen. In de tussentijd was Zeta ook de keuken binnengekomen. Zij begon het broodmeel, zout, suiker, dille, knoflookkorrels, olijven te mengen, waarna ze het deeg op een plaat met broodmeel legde. Mijn moeder kneedde het daarna nog eens acht minuten. Ik smeerde een kom in met olijfolie, ook het deeg smeerde ik hiermee in. Het ging onder een handdoek in de vroege ochtendzon.
Hierna hadden we een uur om alles af te wassen en op te ruimen. Ook staken we het vuur aan. Hier werd een ingevette bakplaat met het deeg boven gezet. Na veertig minuten was het brood klaar. Nu moest het afkoelen totdat vader en mijn broers beneden kwamen en we gingen ontbijten.

Half zeven zaten we allemaal aan tafel. Behalve brood stond er ook een schaaltje met wijn op tafel. De bedoeling was dat je hier een stukje brood in dipte, om het daarna op te eten. Het was heerlijk! Alhoewel, Doran trok wel een vies gezicht. Hij houdt namelijk niet echt van wijn. Na het eten waste ik samen met moeder af. Zeta kreeg vandaag vrij.
Ik had gedacht dat nu het moeilijke deel kwam, het wachten. Maar hier had me erg in vergist! Ik kreeg de rest van de ochtend geen minuut vrij! Ik moest de hele tijd schoonmaken! Totdat ik om elf uur thee moest zetten. Toen het water kookte ging ik de jongens uit de werkplaats halen. Ik kreeg nu goed te zien of Hermonia thuis was. En dat was ze! Ik werd nu wel heel zenuwachtig.
Lang om er over na te denken kreeg ik echter niet, want ik stond al naast vader.
‘De thee is bijna klaar, vader.’, zei ik.
‘Is goed, ik kom er zo aan. Doran, ga maar vast mee. Nestos, Adelphos ruim een beetje op!’

Doran kwam naar me toe rennen en samen gingen we terug naar het huis.
‘Doran, kun je er voor zorgen dat ik vanmiddag weg mag?’
‘Waarom?’
‘Sorry, dat kan ik niet vertellen. Je zal heus je mond niet voorbij praten, maar ik neem het zekere voor het onzekere. Zeg maar dat ik naar een vriendin, Agathe, ga.’
‘Maar..’
‘Alsjeblief Doran!’
‘Oké…’, zuchtte hij tenslotte.

Thuis vroeg ik aan moeder of ik naar Agathe mocht. “Nee.”, zei ze.
‘Maar mam, alstublieft! Ik wil één dag je vrij!’
‘Ja, moeder. Dan doe ik de klusjes wel! Ik loop toch alleen maar in de weg, zegt Adelphos!’, sprong Doran me bij.
Moeder keek vader aan en zuchtte.
‘Oké, voor deze ene keer.’, zei mijn vader.
‘O, dank U, vader!’, riep ik enthousiast.

Na de thee en de afwas mocht ik weg. Het was nu een uur. Hermonia woont aan de rechter kant naast ons, maar Agathe woont links. Daarom liep ik naar links, en ging achter onze straat door naar Hermonia. Onderweg bedacht ik wat ik precies zou zeggen. Maar door de zenuwen kwam ik niet ver. Ik had nog niets bedacht toen ik bij de deur was. Ik wist alleen dat ik niet te lang moest blijven staan, want anders zag moeder mij. Dus ik klopte aan.
Een oude, rimpelige vrouw deed open.
‘Wat moet je?’, vroeg ze.
‘Hallo, mevrouw… ehe, ik wilde U iets vragen.’
‘Ik heb geen tijd voor deze grapjes, kind.’, zuchtte ze. En ze wilde de deur alweer dichtdoen.
‘Nee, mevrouw, alstublieft! Ik wil U echt wat vragen! Maar mag ik even binnenkomen? Als moeder me ziet wordt ze echt boos. Ik zou namelijk naar een vriendin gaan, ziet U?’, zei ik vlug.
De vrouw zuchtte. ‘Nou, goed dan.’

En daar zat ik dan. In het keukentje, op een krukje. Hermonia was bezig om thee te zetten.
‘Wie ben je eigenlijk.’, vroeg ze ondertussen.
‘Ik ben Zandra, mevrouw. Ik woon hiernaast.’
‘Een dochter van die Timmerman?’
‘Ja mevrouw. Dochter van Leonidas.’
‘Kom jij me nu ook vertellen wat voor heks ik ben? Ja ik hoorde jullie gisteravond wel!’, zei ze scherp, ‘Dan kun je nu namelijk gaan!’
‘Nee, nee, mevrouw! Ik wil uw advies. Of hulp eigenlijk.’
‘Mijn advies? Mijn hulp? Bij de goden, waarover?!’
‘Over… ehe… trouwen…’
‘Trouwen?! En dat vraag je aan mij? De enige vrouw in de stad zonder man!’
‘Ja mevrouw, daarom juist! Ik wil weten hoe dat is. Ik moet namelijk ook trouwen, maar dat wil ik niet.’ ‘Niet met Simeon in ieder geval.’, mompelde ik erachter aan.

Een tijdje bleef het stil en Hermonia dacht na.
‘Ik begrijp dus dat je uitgehuwelijkt bent, maar de man niet echt leuk vind.’, concludeerde ze.
‘Ja mevrouw. Ik vind hem vreselijk!’
‘Oké. Maar wat wil je dan dat ik doe?’
‘Ik hoopte dat U me kon vertellen hoe ik onder het huwelijk uit zou kunnen komen.’
Ze zuchtte.
‘Sorry meisje, dat is een beslissing van je ouders. Daar kan ik niets aan veranderen.’
‘Maar, mevrouw, hoe bent U er dan onderuit gekomen?’
‘Ik ben weggelopen.’ Ze fluisterde het bijna.
‘Wat zei U? Weggelopen? Helemaal alleen?’
‘Ja, ik heb al mijn vrienden en familie achtergelaten en ben weggelopen. Ik kom eigenlijk uit Delphi.’
‘Dan bent U van ver gekomen.’

Verdrietig zat ze voor zich uit te staren. Ik denk dat ze aan haar jeugd terugdacht en hield dus wijselijk mijn mond. Ik was bang dat, als ik iets zou zeggen, ik haar zou storen.
Na een paar minuten begon ze weer te vertellen.
‘Ja. Ik ben weggelopen,maar ik raad het je niet aan. Het was zwaar en je ziet hoe ik terecht ben gekomen. Ik ben alleen, verbitterd, de Heks!’ Ze begon zich op te winden. ‘Nee! Ik laat jou dit niet overkomen!’
‘Maar mevrouw…’
‘Noem me Hermonia, kind. We zijn immers lotgenoten.’, onderbrak ze me.
‘Oké. Maar mevr… Hermonia, ik heb net even nagedacht en ik heb een plan! Want als U vertrekt hebt U niets te verliezen. Sorry, dat was niet gemeen bedoeld, maar… ehe...’
‘Geeft niet. Het is waar.’, redde ze me uit mijn woorden, ‘Vertel verder.’
‘Nou, misschien kunt U meegaan!’
‘Hè! Ik? Wat ben je precies van plan?’
‘Het moet nog een beetje uitgewerkt worden, maar het komt op het volgende neer: wij, U en ik, gaan weg. Tijdelijk verblijven we langs de Cephisus Rivier …’
‘Wat?! Kamperen!’, onderbrak ze me.
‘Ja, daar komt het wel op neer, ja.’
Ze zuchtte nogmaals.
‘Maar dit is nog niet het hele plan.’, zei ik snel, voor ze het op voorhand al afkeurde.
‘Het zal me benieuwen, maar vertel verder.’

Ik vertelde haar mijn hele plan. De hele middag broedden we er op en werkten het verder uit. Totdat ik om vier uur naar huis moest.

Tamarake - Reacties: 2 - 18-05-10 13:40:40 - Budel - Kliks: 59

De Verloving
II
De verloving



Ik loop nu naast mijn Doran achter aan de rij naar mijn toekomstige echtgenoot. Onder het lopen denk ik aan het ontbijt.

Toen iedereen zijn taart al op had, had ik net twee happen gegeten. ‘Vind je het niet lekker?’ , vroeg mijn moeder. ‘Jawel…’, ‘Maar ze is gewoon wat zenuwachtig, Damaris’, onderbrak vader mij.
Ik heb mijn stuk taart toen over Doran en Zeta verdeeld, die er de hele tijd al hongerig naar gekeken hadden.
Zij hadden het stuk taart zo op! Hierna ging mijn moeder, samen met Zeta de tafel afruimen. Toen ik mee wilde helpen werd er gezegd dat ik jarig was en dus niets mocht doen.
Mijn vader, Nestor en Adelphos gingen naar de werkplaats om daar nog een beetje te werken. Dan bleef Doran over…
Ik vond hem ook de leukste broer. Hij leerde me ook altijd alles wat hij op school of in de werkplaats geleerd had.
Ik ging dus naar hem toe. En nam mijn cadeau – de verrassing waar ik wel blij mee was – mee.
‘Bedankt voor het vogeltje, Doran. Ze is echt heel mooi. Hoe hebben jullie dit gemaakt?’
‘Dankjewel! Maar ik mag van Nestor niet zeggen hoe we het gemaakt hebben. Hij zegt dat ik teveel zeg tegen jou. “Zandra is een meid, Doran. En meiden werken niet voor niets niet. Die kunnen dit soort dingen niet.”, zei hij.’
‘O’, zei ik teleurgesteld, Zeg dan maar niet… Maar ga je me nu ook nooit meer iets over school vertellen?’
‘Jawel, Zandra! Wat denk je wel niet! Ze zeiden toch alleen iets over het werk?!
Als je het mij vraagt klopt het niet eens wat ze zeiden. Want jij kunt wél houtbewerken! Ik heb dat toch zelf gezien!?’
‘Ja, Doran, ik kan daar ook niets aan doen. De mensen van deze tijd denken dat vrouwen niets anders kunnen dan voor de kinderen zorgen.’
‘Ik denk zoiets niet, Zandra!’
‘Dat weet ik toch, Doran. Daarom vind ik jou ook zo lief!’
Hierna waren mijn moeder en Zeta klaar met de afwas en gingen we op weg naar het einde van de wereld. Oké, het einde van mijn wereld.

‘Hé Zandra! Luister je wel?’
‘Hè?’ Wie was dat? O ja, ik was op weg naar het einde van de wereld.
‘Ja vader, wat is er?’
‘We zijn er!’
We zijn er. We zijn er. We zijn… Waar? Ik ken deze straat. Ik was er ooit geweest. Maar waarom of wanneer weet ik niet meer. Ik keek naar het huis waar we voor stonden en wist opeens weer waar we waren.
Ik hoopte echt dat ik het mis had en er meer leerlooierijen in de stad waren die op deze leken. Maar toen er, nadat mijn vader op de deur geklopt had, open werd gedaan, was mijn gedachte bevestigd. Het was hier! En dat betekent… O nee!

Een dikke, bleke vrouw deed open. Het was Despina, de vrouw des huizes. Ze begroette ons hartelijk met twee zoenen – en mijn vader zelfs drie! – op de wang. Daarna leidde ze ons naar de keuken waar een lange, pezige man zat. Dit was de leerlooier, Linus genaamd. Ook hij begroette ons met twee kussen. En ook bij hem kreeg vader er drie! Wat kon dit betekenen?
Veel tijd om daar over na te denken had ik niet, want daar kwam Simeon, mijn toekomstige echtgenoot aan. Hij had alleen een doek om zijn geslachtsdeel gewikkeld, verder was hij naakt. Hij had de bleke kleur van zijn moeder, maar was even pezig als zijn vader. Verder had hij, zoals zijn naam deed vermoeden, een stompe neus.
Hij was echter niet alleen. Naast hem stond een andere jongen van ongeveer dezelfde leeftijd. Deze jongen had ook alleen een soort doek omgewikkeld. Ze toonden grote gelijkenis, want zelfs hun kapsel was hetzelfde! Heel lichtblond en het stak alle kanten op, als of ze net uit bed kwamen…
‘Erasmus’, stelde hij zich voor, ‘En jij bent?’
‘Dit is mijn toekomstige vrouw, Zandra’, was Simeon me voor. ‘Ik leg het later wel uit.’, fluisterde hij er verontschuldigend achteraan.
Hè, hoorde ik dat nou goed? Wat had dat te betekenen?
Alweer werden mijn gedachten onderbroken door mijn vader.
‘Zandra, je kent Linus toch? Mijn vriend. De man van wie jij jouw mocassins gekregen hebt.’
‘Ja vader, ik ken hem nog.’, antwoordde ik en tegen Linus zei ik: ‘Hallo, meneer. Hoe maakt U het?’
‘Zeg maar Linus hoor, haha! Ik ben toch je toekomstige schoonvader. Je bent nu dus vijftien jaar geworden, toch? Ja, ja dat klopt. Je bent tien jaar jonger dan mijn Simeon en hij is vijfentwintig.’
Mijn moeder en Despina waren intussen samen met Zeta naar buiten gegaan om boodschappen te doen. Ook Nestos en Adelphos waren weg, maar waar naar toe weet ik niet.
‘Zo, we zullen het toekomstige bruidspaar maar eens alleen laten, Leonidas.’, zei Linus tegen mijn Vader, ‘Jij ook, Erasmus. Ga maar naar de kamer, naar de andere jongens.’ En hij ging met mijn vader naar een andere kamer.

En toen waren we alleen, Simeon en ik. Simeon had zich al die tijd nogal afzijdig gehouden met Erasmus, maar nu iedereen weg was kwam zijn ware aard boven.
‘Dus jij wordt mijn vrouw?!’ zei hij, ‘Van jou krijg ik mijn kinderen? Met jou leef ik de rest van mijn leven samen? Met jou wordt ik gelukkig?’ Hij begon afkeurend te sissen.
‘Ja’, zei ik kleintjes, ‘Maar i…’
‘Zwijg mens!’ En hij sprong op me af. Pakte me vast en drukte zijn hand tegen mijn mond, zodat ik niet kon schreeuwen.
‘Blijf stil en doe wat ik zeg! Anders heb jij geen prettig leven meer, dat kan ik je verzekeren!’, siste hij in mijn oor. Ik knikte zachtjes voor zover dat ging in zijn greep.
Hij duwde mij hardhandig vooruit naar zijn slaapkamer. Daar aangekomen ontdeed hij mij tergend langzaam van mijn kleding. Eerst mijn peplos, dan mijn chiton, dan mijn sandalen en tot slot al mijn spelden uit mijn haar. Daarna trok hij snel de doek voor zijn lid uit. Ik kon zien dat hij opgewonden was. Ruw duwde hij mij op zijn bed en ging boven op mij liggen. Hij stootte hard in me. Ik wilde schreeuwen, maar hij smoorde me de keel met zijn mond. Hij greep mijn borsten en kneep ze bijna fijn.
Elke keer dat hij in me stootte kreunde hij half verstaanbare zinnen. ‘Jij… Jij mijn vrouw… Zorgt voor de kinderen… Voor mijn genot… Ik houd niet van jou, maar van…’
De naam siste hij toen hij klaarkwam. Ik verstond hem niet, maar wist zeker wat het was.
Simeon ging van mij af en gooide mijn kleren naast mij. Ik wilde ze pakken, maar alles aan me deed pijn.
‘Zeg hier niets van tegen iemand! Niet van wat ik gedaan heb of van wat ik gezegd heb! En schiet toch eens op!’, beval Simeon me. Ik knikte geschrokken.
Snel kleedde ik me aan. Ik voelde me smerig. Ik was geen maagd meer! Ik was ontmaagd door een verkrachting! Een verkrachting van mijn toekomstige man!
Achter Simeon liep ik terug naar de keuken. We kwamen langs de slaapkamer van Linus en Despina. Achter de gesloten deur hoorde ik geschuif en het stoten van het bed. Ook hoorde ik wat anders, iets wat ik een paar minuten eerder ook gehoord had. Gekreun!
Nee! Mijn vader en Linus?! Ja, ze waren vrienden maar… Niet op deze manier! Dat kan niet. Vader is met moeder getrouwd en Linus met Despina! Natuurlijk wist ik dat dit niets te betekenen had. Simeon en ik gaan ook trouwen, en Simeon doet het ook met Erasmus, maar toch! Mijn vader!
Snel liep ik door, maar ik wist dat ik mijn vader nooit meer recht in de ogen kon kijken.

Terug in de keuken zag ik mijn moeder, Zeta en Despina zitten. Beide keken ze ons een beetje argwanend aan, maar daar zetten ze zich vlug overheen.
Ze vroegen ons of we goed gepraat hadden en of we hun echtgenoten gezien hadden. Simeon en ik mompelden iets in de trant van “Ja, goed gepraat, en nee, niet gezien.”
Daarna liep Simeon door naar de kamer, waar de andere jongens waren. Mijn moeder deelde mee dat we vandaag met z’n allen hier bleven eten en dat Zeta en ik mee moesten helpen met koken. ‘Het spijt me Zandra. Ik weet dat je jarig bent, maar anders krijgen we het niet klaar.’, zei ze.
‘Geeft niet moeder, ik doe het graag.’

Ik moest de groenten en kruiden snijden. Ik sneed uien, paprika’s, knoflook en meer. Mijn moeder braadde de vissen en de groenten en Despina hielp haar hiermee. Zeta dekte de tafels. De mannentafel was in de kamer, de vrouwentafel in de keuken.
Toen de tafel in de kamer gedekt was kwam Doran met Zeta mee terug. Hij vroeg aan mijn moeder of hij bij de vrouwen mocht eten. Hij had namelijk nog nooit zonder zijn moeder gegeten.
Mijn moeder zei dat het van haar mocht, maar dat hij dat aan Despina en Linus moest vragen. Zij waren immers de baas in dit huis. Gelukkig mocht dit van Despina ook. En net voordat Doran vader en Linus wilde gaan zoeken kwamen zij gelukkig terug in de keuken. Ik wilde absoluut niet dat Doran iets van de “vriendschap” tussen Linus en mijn vader afwist.
‘Meneer, mag ik alstublieft bij de vrouwen eten? Ik heb namelijk nog nooit zonder mijn moeder gegeten.’, vroeg Doran meteen.
‘Alsjeblief noem me Linus, jongen. En mijn toestemming heb je. Want hoe oud ben je? Acht jaar? Dan moet dat nog kunnen.’
‘Ik ben zeven me- Linus.’
‘Dan mag je dat zeker!’
Het gesprek stokte en er daalde een pijnlijke stilte neer over het gezelschap. Despina verbrak de stilte door te roepen dat het eten klaar was. Ze gaf haar man en mijn vader een paar schalen mee. Er was een schaal overgebleven en die moest ik naar de kamer toe brengen.
Wat ik daar zag had ik nog nooit gezien. Nestos en Adelphos lagen rustig naast elkaar aan tafel, maar als je beter keek zag je dat ze doodsbleek en geschokt waren. Daar tegenover lagen Erasmus en Simeon breed te grijnzen. Ze waren net niet op tijd terug gedraaid toen we binnenkwamen. Ik had nog net gezien hoe ze met de borst tegen elkaar aangedrukt lagen.
Dit alles zag ik in de paar seconden waarin ik binnenkwam, de schaal op tafel zette en weer terug naar de keuken ging.
Doran zat al aan tafel en moeder en Despina waren de schalen op tafel aan het zetten. Ik ging tegenover Doran zitten, Despina naast mij en moeder naast Doran. De vrouwen hadden het de hele tijd over mijn aanstaande huwelijk. Op alle vragen die ze stelden knikte ik of gaf mompelend een antwoord. Doran leek in een heel andere dimensie te zijn en zei dan ook niet veel. Hier was ik hem dankbaar voor, want nu kon ik over de afgelopen dag nadenken.
Ver kwam ik echter niet. Dit kwam doordat ik Doran’s gezicht me plotseling opviel. Wat ik eerst bestempeld had als naar binnen gekeerd staren, bleek iets anders te zijn. Het deed me danken aan angst! Ja hij keek heel erg angstig, alsof hij net een moord had gezien. Ik probeerde oogcontact met hem te maken. Dit was echter heel moeilijk. Telkens keek hij naar zijn bord of gewoon dwars door mij heen!
En natuurlijk kon ik ook niet de hele tijd naar Doran gaan staren, dat zou mijn moeder opvallen.
Maar ineens lukte het toch! Ik probeerde hem duidelijk te maken dat hij vlug moest eten, zodat we daarna even de straat op konden. En wonder boven wonder was het nog gelukt ook! Doran en ik aten ons bord vlug leeg en vroegen toestemming om naar buiten te gaan. Oké, Doran vroeg toestemming. En toen mijn moeder zei dat het te gevaarlijk is voor een jongen van zijn leeftijd om alleen op straat te zijn, zei hij dat ik wel op hem zou kunnen passen. Mijn moeder aarzelde nog even, maar gaf ons toen toch toestemming.
‘En Zandra, je hoeft straks niet mee te helpen met afruimen hoor! Dat is geen klusje voor een jarige.’

Eenmaal buiten liepen Doran en ik een tijdje zwijgend naast elkaar. Toen begonnen we tegelijkertijd te praten.
‘Zandra,’ ‘Doran,’
‘Zeg jij maar eerst.’
‘Oké. Wat ik wil vragen is wat er met je aan de hand is, Doran. Je keek namelijk zo angstig tijdens het eten. En je weet dat je alles kunt vertellen.’
‘Ja dat weet ik. Ehe… Mama en papa die kussen elkaar soms. En dan bedoel ik kussen op de mond, niet op de wang. Maar is het ook normaal dat Simeon en Erasmus dat doen? En doen papa en Linus dat dan ook? Want Nestos en Adelphos keken ook al geschrokken. Zij zeiden dat Simeon en Erasmus ziek waren, maar ze zien er niet ziek uit! Zijn ze dit volgens jou wel?’
Hij had het dus gezien! Zijn witte, onwetende zieltje is aangetast! En nu moet ik gaan zeggen of het goed of slecht is, normaal of abnormaal, ziek of niet ziek!
‘Ehe…’, zei ik, ‘Simeon en Erasmus zijn niet ziek, denk ik. Ik denk dat heel veel mannen dit soort dingen doen. Ehe… Ik weet niet of papa en Linus dat ook doen… En meestal ben je een stukje ouder dan Nestos en Adelphos voordat je hiermee begint, als je er al mee begint.’
‘Ze zijn dus niet ziek… Maar moet ik dan aan vader vragen of hij ehe… kust… met Linus?’
‘Nee, dat zou ik niet doen. Veel jongens en mannen voelen zich daar niet prettig bij. Ik denk dat, ondanks dat veel mannen zulke dingen doen, mannen zich daar een beetje voor schamen…’
‘Maar waarom doen ze dan zoiets?’
‘Ja sorry, dat weet ik niet. Ik denk dat ze dat fijn vinden. Of heel misschien worden ze wel gedwongen… Ik weet het echt niet!’
‘Oké. Maar ik ga me, als ik zoiets ga doen, nooit schamen! Ik weet nu dat meerderen zoiets doen! En thuis ga ik tegen Nestos en Adelphos vertellen wat jij net zei.’
Ik zuchtte. ‘Ehe… Dat is goed Doran, maar niets tegen moeder, vader of Zeta zeggen hè! En ook mijn naam niet noemen. ‘
‘Oké, Zandra. Maar ik heb nog een vraagje. Vind je het niet erg dat Simeon met iemand naast jou kust?’
Daar had ik nog niet aan gedacht. Maar Erasmus mag Simeon hebben en houden! Ik hoef die hufter echt niet!
‘Nee, Doran. Ik vind dat niet erg, maar ik vind, als ik eerlijk moet zijn, Simeon niet eens aardig. Ik wil niet met hem trouwen… Maar dit moet je aan niemand vertellen! Zeggen dat je het niet eens bent met de keuze van je ouders over je toekomstige echtgenoot is verboden!’
‘Oké, ik zal niets zeggen, maar kun je dan niet weglopen? Dan ga ik met je mee!’
‘Haha! Nee ik loop niet weg, Doran. Weglopen stelt de problemen alleen maar uit, ze verdwijnen er niet door.’

‘Doran! Zandra! Waar zitten jullie?! We gaan naar huis. Kom!’

Tamarake - Reacties: 3 - 17-05-10 19:08:00 - Budel - Kliks: 77

I - De Verrassing
I
De verrassing



‘Zandra, opstaan schat!’, fluisterde ze in mijn oor, ‘Het is tijd om op te staan, Zandra. Er moet veel gedaan worden.’
‘Nee hè mam. Waarom is het elke dag hetzelfde? We staan om 4 uur in de ochtend op, bakken het brood, verzorgen de dieren, ruimen alles op na het ontbijt, gaan schoonmaken en het middageten koken, waarna we weer gaan schoonmaken tot het tijd is voor het diner! Ik ben het zat! Ik wil ook naar school, of gaan werken in de werkplaats!’
Mijn moeder keek me medelijdend, maar tegelijkertijd vermaakt, aan. ‘Dit is geen normale dag, schat.’, zei ze, Je bent jarig vandaag! Je wordt al weer vijftien!’
O ja, dat was waar ook. Ik ben vandaag jarig… ‘Mam, je wil nu toch niet zeggen dat je al twee uur op bent, om een taart te bakken?! En dat je mij dan niet gevraagd hebt te helpen, ook al is het mijn verjaardagstaart?!’
‘Oké liefje, dan zeg ik het niet, maar het is wel zo. Je zusje heeft geholpen. Maar nu snel aankleden. Dan wek ik je vader en broers, zodat we je verjaardag kunnen vieren!’
Ze stond op en liep naar de deur. Voordat ze deze dichtdeed herinnerde ze zich nog iets. ‘O ja, Zandra, we hebben nog een verrassing voor je, je vader en ik.’ En met deze woorden ging ze naar de slaapkamer van Nestor, mijn oudste broer.

Een verrassing, wat kon dat nu weer zijn? Ik stond maar snel op en liep naar de hoek met kleding. Daar lagen de twee “werkjurken” die ik had , een paar sandalen en een paar mocassins. Ook had ik één zondagse jurk. Deze deed ik altijd aan als we de goden gingen vereren.
Vandaag deed ik deze jurk ook aan. En ik koos voor de sandalen. Dit was wel best raar, want normaal liep ik op blote voeten of, als ik in de werkplaats van mijn vader was, had ik de mocassins aan. Dit was ter bescherming van mijn voeten. Want er liggen daar veel spijkers op de grond. Mijn vader is namelijk timmerman.
Daarna stak ik mijn lange, gekrulde, zwarte haar op. Toen keek ik in de spiegel. De jurk, een chiton genaamd, hing tot mijn enkels. Over de chiton zat een peplos, een soort over-jurk. De jurk liet de rechter zijkant van mijn lichaam zien en aan de linker kant zit een plooi. Op mijn schouders zaten mooie plooien, vastgezet met spelden.
Mijn sandalen hadden veel licht gekleurde bandjes. Gelukkig had ik de dag van te voren mijn voeten goed gewassen en glommen mijn teennagels mooi.
Ook mijn haar zat goed. Het zat als een soort vogelnestje boven op mijn hoofd. Je kon de nepgouden spelden zien glimmen. Ook was er een pijpenkrul losgesprongen. Deze hing aan de linker kant langs mijn gezicht.

Uit automatisme, om mijn vader en broers niet wakker te maken, sloop ik naar beneden. ‘Χαρούμενα γενέθλια, Zandra!’, riep iedereen toen ik de deur van het keukentje open deed. Dit betekent “Fijne verjaardag, Zandra!”
Vader, Nestor mijn oudste broer, Adelphos, Doran mijn jongste broer en mijn zusje Zeta zaten rond de tafel. Mama legde net het cadeautje op tafel. Naast de verjaardagstaart. De taart zag er heerlijk uit! Twee stukken eigengebakken cake, met daar tussenin een laag pudding. Bovenop zat een laag slagroom met stukjes fruit en noten.
Het cadeautje was klein en omwikkeld met stevig bruin papier dat op zijn plaats werd gehouden door een stuk gerafeld touw.
‘Toe maak open.’, zei mijn moeder. Ik pakte het cadeautje op en maakte voorzichtig het touw los. Zou dit dan de mysterieuze verrassing zijn? Het was een kleine houten duifje met een olijftakje in haar bekje.
‘O, wat mooi! Heel erg bedankt! Wat een mooie verrassing!’, riep ik uit.
‘Ik ben blij dat je het mooi vindt, Zandra. Je vader en broers hebben het speciaal voor jou gemaakt. Maar dit…’
‘Maar de echte verrassing waar je moeder het waarschijnlijk net, op je kamer, al over had gehad moet nog komen.’, onderbrak mijn vader haar.
‘Wat zei U? Komt er nóg een verrassing?’
‘Lief zusje, ben jij echt zo onwetend of speel je dat maar?’, zei Nestor.
‘Ja, zusje, vandaag is de grote dag! Ik denk dat zelfs Zeta het wel weet! Je bent vijftien geworden!’, vervolgde Adelphos.
‘Ja! En ik kan niet wachten tot ik vijftien ben!’, reageerde Zeta.
‘Sorry, ik weet echt niet wat er zo speciaal aan iemands vijftiende verjaardag is.’
‘Op je vijftiende…’
‘Op je vijftiende wordt een meisje uitgehuwelijkt!’, onderbrak Doran, mijn jongste maar intelligentste broertje, mijn vader.
‘Wa-hat…’
Nee, dit kon niet waar zijn! Vandaag werd ik uitgehuwelijkt! Net op mijn verjaardag. Of juist omdat ik vandaag jarig ben! Nee, dit wil ik echt niet! Ik wil vrij zijn. Ik wil zelf mijn man kiezen als ik daar oud genoeg voor ben. Ik mag al niet naar school, of gaan werken en nu mag ik ook al niet mijn eigen man uitkiezen! Straks mag ik hem helemaal niet en is het zo’n engerd! Dan wordt ik straks mishandeld of, of…
Meer tijd voor paniek kreeg ik niet, want mijn moeder zag mijn bleke gezicht. Het enige wat zij mis had was de reden waarom het zo bleek was. Ze dacht dat ik zo blij was en paniekerig doordat ik niet wist wat ik moest zeggen!
‘Maak je geen zorgen, kindje. Je hoeft niets ze zeggen. We gaan nu eerst met zijn allen lekker taart eten en dan gaan we naar hem toe!’
‘W-wie is het?’, vroeg ik, mijn stem terugvindend.
‘Dat blijft nog even geheim. Maar ik kan je zeggen dat het een hele goede jongen is.’, zei mijn vader.
‘Mam, mag ik dan nu een stukje taart? Ik heb echt honger gekregen!’ , beëindigde Zeta het gesprek.

Iedereen kreeg een groot stuk taart op zijn bord en begon lekker te schransen. Behalve ik, ik kreeg geen hap door mijn keel. Mijn hele dag – Nee, hele leven! – was verpest!
En straks gingen we naar hem toe… O, help!

Tamarake - Reacties: 4 - 16-05-10 14:57:50 - Budel - Kliks: 100

verhaal
Heejj! Ik ben begonnen met een boek en ik wilde het ook op internet zetten. Tot nu toe heb ik 3,75 hoofdstukken af. Daarom wil ik nu beginnen met het plaatsen van de hoofdstukken.
Maar! Om de spanning op te bouwen wacht ik met hoofdstuk 1 tot morgen .
Wel laat ik een vage inhoud zien:

402 voor Christus. Zandra is een meisje uit Athene. Ze is opgegroeid in een arm gezin en had drie broers en een zusje. Haar broers namen het timmerbedrijfje van haar vader over. Zij wilde dit ook graag, maar moest haar moeder helpen bij het huishouden. “Vrouwen horen niet te werken, maar voor de kinderen te zorgen.” zei haar vader altijd.
Toen Zandra 15 werd, werd ze uitgehuwelijkt aan Simeon. De vader van Zandra was namelijk “bevriend” met zijn vader.
Dit was voor haar teveel! Ze zocht haar spullen bij elkaar en vertrok.


Natuurlijk overkomt haar nog van alles onderweg (DUH!)

Maar is je nieuwsgierigheid nu gewekt? Kijk morgen nog maar eens !

Groetjes (en tot morgen!) Tamara
Tamarake - Reacties: 1 - 15-05-10 23:27:08 - Budel - Kliks: 109

Ballad of the Hate

Ballad of the hate – lord alfred douglas

Here's a short life to the man I hate!
(Never a shroud or a coffin board)
Wait and watch and watch and wait,
He shall pay the half and the whole,
Now or then, or soon or late.
(Steel or lead or hempen coard,
And the devil take his soul!)

Nights are black and roads are dark,
(Never a shroud or a coffin board)
But a moon-white face is a goodly mark,
And a trap is a trap for a man or a mole,
And a man is dead when he's stiff and stark.
(Steel or lead or hempen coard,
And the devil take his soul!)

He shall not be shrived or sung
(Never a shroud or a coffin board)
The bell of death shall not be rung,
Man to grave and beast to hole,
Earth to earth, and dung to dung!
(Steel or lead or hempen coard,
And the devil take his soul!)

Tamarake - Reacties: 2 - 11-05-10 15:41:12 - Budel - Kliks: 53

Pluisje

Pluisje

Een pluisje zo nietig
in dit alles zo klein
en onbelangrijk
dit pluisje dat
ben ik.

Ook jij bent zo’n
klein dingetje zo
nutteloos in dit
heelal maar toch
ook niet.

Iedereen is een
pluisje in dit alles
niets waard in
ons leven juist
heel veel.

Ik voel me
soms heel klein
en groot tegelijk
en dan wint
het pluisje…

Misschien is het
echt zo en zijn
we onbelangrijk
doet dit alles er
niet toe.

Maar ik weet
dat dit niet
waar is wij
doen er
allemaal toe!

Tamarake - Reacties: 2 - 15-01-10 18:16:12 - Budel - Kliks: 64

Zo woedend

Zo woedend

Geef mij niks in handen
Ik vermorzel het,
Verscheur het,
Smijt het neer
Als ik het in handen krijg!

Of ik boos ben?
Ja natuurlijk wat
Denk je anders?!
Woedend is misschien
Een beter woord…

Wat er dan is?
O niks, behalve
Ons mam, de
Radiator en alles
Ja, gewoon alles!

Het is een wonder
Dat deze computer
Nog heel is en niet
Zoals de rest ook
Verwoest is!

Ik kan nu niks meer
Hebben. Niks meer van
Ons mam, pap of
Niemand niet! Nu
Echt even niet.

Misschien straks
Van iedereen weer,
Behalve van ons mam
Dat gaat nog wel
Even duren!

Ondankbaar zo
Noemen ze me!
Wat denken ze wel
Ik wilde dit niet!
Dit is hun eigen schuld!

Wat ik niet wou?
Dat is die stomme
Radiator! Mijn oude
Was toch ook nog
Goed genoeg?!

Kinderachtig om
Daarover zo boos
Te zijn toch? NEE,
waarom? Ik zal het
even uitleggen.

Ik had er een,
Een hele goede
Beneden werd het
Alleen te heet dus
Moest ik een nieuwe…

Van ons mam in ieder
Geval. Ik vond van niet.
Nu heb ik er een, die
Niet doet waar hij voor
Is, hij blijft koud!

Ja je hoort het goed
Het is koud, ik heb
Het koud! Maar wil
Ons mam me geloven?
Nee van ze leven niet!

Ze vind het warm
Om te verbergen dat
Ze een miskoop heeft
Gedaan en om mijn
Ongelijk te bewijzen!

Beneden is het misschien
Weer een beetje normaal,
Maar hier boven… hier
Is het net boven op de
Aarde, de Noordpool!

Tamarake - Reacties: 2 - 10-11-09 16:23:08 - Budel - Kliks: 154

<< [1] 2 3 4 5 6 >>


WMRphp ver. 6.0 - secs - server wmr10 - terug naar boven
TrueButStrange.net - OpmerkelijkeBeelden.nl - Biip.nl